Kledingzaak en de verstrekking van flessen wijn

Vraag

Bij een kledingwinkel in onze gemeente wordt een fles wijn meegegeven aan klanten die boven een bepaald bedrag aankopen. Een soort van relatiegeschenk dus. Is dat toegestaan?

De ondernemer zei dat het ook gebeurde bij de aankoop van een nieuwe auto, maar daarvoor geldt toch precies hetzelfde?

Antwoord

In artikel 18, lid 1 van de Drank- en Horecawet staat vermeld dat het is verboden in de uitoefening van een ander bedrijf dan het slijtersbedrijf zwak-alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse aan particulieren te verstrekken.

Volgens artikel 1, lid 1 van de Drank- en horecawet wordt onder het slijtersbedrijf verstaan de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse, al dan niet gepaard gaande met het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van zwak-alcoholhoudende en alcoholvrije drank voor gebruik elders dan ter plaatse of met het bedrijfsmatig verrichten van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen andere handelingen.

In dit artikel wordt de term “verstrekken” van alcoholhoudende drank gebruikt. Er wordt niet gesproken over “verkopen”. Bij het verstrekken gaat het slechts om de situatie waarbij de handeling van de verstrekker van alcoholhoudende drank erop gericht is om een ander persoon deze drank te laten verkrijgen. Bij “verstrekken” moet er dus sprake zijn van een “fysieke” handeling. Het gaat aldus om het aanbieden van een dienst tegen betaling of vergoeding.

Van Dale beschrijft verstrekken als: “uitreiken aan”. Synoniem voor verstrekken is het woord verschaffen. Hetgeen “doen toekomen, voorzien van” betekent.

Daarbij hoeft het niet te gaan om het verstrekken tegen betaling waardoor er feitelijk een koopovereenkomst ontstaat.

Die ontstaat door een aanbod en een aanvaarding van dat aanbod. Dit aanbod en die aanvaarding zijn zelf rechtshandelingen, te weten eenzijdig gerichte rechtshandelingen. Dat wil zeggen dat een persoon die bij de totstandkoming van een overeenkomst betrokken is, eenzijdig tegenover de andere betrokkene(n) gedrag moet vertonen waaruit blijkt of schijnt dat hij een overeenkomst tot stand wil brengen. Het gaat om een gerichte rechtshandeling, omdat voor het bestaan van de rechtshandeling vereist is dat dit gedrag door de andere betrokkene(n) moet zijn opgevangen. Daarvan hoeft bij het „verstrekken“ geen sprake te zijn. Kortom, de term „verstrekken“ ziet op meer toe dan de term „verkopen“.

De alcoholhoudende drank wordt door de ondernemer van de kledingwinkel weliswaar gratis (= om niet) verstrekt, maar de verstrekking geschiedt wel in de uitoefening van een bedrijf. Er is derhalve sprake van een bedrijfsmatige verstrekking. Feitelijk gaat het met name om de verrichtingen waarmee wordt deelgenomen aan het economisch verkeer, aldus in het kader van de uitoefening van het bedrijf; niet privé of particulier”.

Een bedrijf is aldus een activiteit waarbij kapitaal en arbeid worden gecombineerd om goederen en/of diensten voort te brengen en aan te bieden op een markt, zulks voor eigen risico.  Overigens is het niet van belang of de ondernemer alcoholhoudende drank verstrekt met het oogmerk om daarmee winst te maken. De conclusie of sprake is van ‘’bedrijfsmatig’’ of ‘’niet-bedrijfsmatig’’ staat los van de vraag of de inrichting een ‘’open’’ dan wel een ‘’besloten’’ karakter heeft.

Aangezien het hier een kledingwinkel betreft die gratis alcoholhoudende dranken verstrekt, wordt daarmee gehandeld in strijd met artikel 18, lid 1 DHW. Dat betekent vervolgens dat er, anders dan in de rechtmatige uitoefening van het slijtersbedrijf, een (winkel)ruimte voor het publiek geopend wordt gehouden waar alcoholhoudende drank aanwezig is. Dat is in strijd met artikel 25, lid 1 onder a Drank- en Horecawet. Mogelijk worden de flessen alcoholhoudende dranken in voorraad gehouden in een voorraadruimte of keukentje behorende bij deze kledingzaak. Deze ruimte betreft een niet voor het publiek toegankelijke ruimte en in die ruimte mag volgens artikel 25, lid 1 onder b van de Drank- en Horecawet geen alcoholhoudende dranken in voorraad gehouden worden.

Dezelfde redenering geldt voor de autoshowroom.

Posted in: Veelgestelde vragen

FacebookTwitterGoogle+LinkedInEmail

een initiatief van