Kofferbakverkoop van/met alcoholhoudende dranken

Vraag

Wat is de basis voor het verbieden van alcohol tijdens een kofferbakverkoop?

Antwoord

Er van uitgaande dat de kofferbakverkoop plaatsvindt op de openbare weg of in/op een voor het publiek toegankelijke ruimte en dat deze verkoop van alcoholhoudende dranken plaatsvindt door de verkoop van flessen/blikken in een gesloten verpakking, voor gebruik elders dan ter plaatse, dan geldt het volgende.

Bij deze kofferbakverkoop bestaat de situatie dat er bedrijfsmatig alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking worden verstrekt voor gebruik elders dan ter plaatse.

Er is dan geen sprake van een horecabedrijf, maar van een slijtersbedrijf of van een situatie zoals bedoeld in artikel 18 DHW. Verstrekking vindt niet plaats in een sluitlokaal of ruimte zoals bedoeld in artikel 18, lid 2 DHW, maar gewoon buiten.

Zover het gaat om de verstrekking van sterke drank, mag dat alleen plaatsvinden in een slijtersbedrijf met een vergunning voor de uitoefening van het slijtersbedrijf. Een slijtersbedrijf kan alleen worden uitgeoefend in een inrichting (artikel 7, lid 2 DHW). Daarvan is geen sprake bij deze kofferbakverkoop en wordt in die situatie gehandeld in strijd met artikel 3 DHW wegens het ontbreken van een dh-vergunning voor het uitoefenen van het slijtersbedrijf.

Wanneer het gaat om de (kofferbak)verkoop van zwak-alcoholhoudende dranken, wordt artikel 18, lid 1 DHW overtreden. In dit artikellid staat vermeld dat het verboden is in de uitoefening van een ander bedrijf dan het slijtersbedrijf zwak-alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse aan particulieren te verstrekken. In het tweede lid wordt een aantal uitzonderingen geformuleerd, maar die zijn in deze situatie niet van toepassing.

Aldus, kan, wanneer het gaat om de verkoop van zwak-alcoholhoudende drank, worden opgetreden wegens overtreding van artikel 18, lid 1 DHW.

Je zult vervolgens in je proces-verbaal / bestuurlijke rapportage / boeterapport moeten aantonen:

  1. Dat er zwak alcoholhoudende drank verstrekt wordt aan particulieren.
  2. Dat de zwak alcoholhoudende drank bestemd is voor gebruik elders dan ter plaatse.
  3. Dat er sprake is van de uitoefening van een ander bedrijf dan het slijtersbedrijf.
  4. Dat er geen sprake is van een uitzonderingssituatie zoals genoemd in artikel 18, lid 2.

Posted in: Veelgestelde vragen

FacebookTwitterGoogle+LinkedInEmail

een initiatief van