Modeshow in horecalokaal

Vraag

In een horecagelegenheid wordt een modeshow georganiseerd. Kleding wordt hier niet verkocht, dit gebeurt in de eigen winkel. Is dit een dienst, zodat dit niet mogelijk is of mag dit wel?

Antwoord

Er van uitgaande dat de modeshow plaatsvindt in de horecalokaliteit, dan geldt het volgende.

In artikel 14, lid 2 Drank- en Horecawet staat dat vormen van kleinhandel in een horecalokaal zijn verboden. Dus de verkoop van kleding in een horecalokaal is verboden. In artikel 14, lid 3 onder b DHW staat vermelden dat het verboden is in een horecalokaal bedrijfsmatig diensten aan te bieden, uitgezonderd diensten van recreatieve en culturele aard.

De vraag is nu of een modeshow kan worden gekwalificeerd als een dienst van recreatieve aard.

Onder recreatie verstaat men in het spraakgebruik alle vormen van vrijetijdsbesteding, alle activiteiten die kunnen worden gedaan naast de dagelijkse verplichtingen als werken, huishouden, financiën en zorg voor anderen.

Recreëren doet men voor ontspanning en vermaak. Het woord op zich, ‘re-creatie’ duidt op vernieuwing, verfrissing; de bedoeling van recreëren is het opladen van de persoonlijke actieradius, het vernieuwen van de energie, het verzetten van de zinnen en het ontladen van opgelopen spanning. Het kijken naar een modeshow zou hier mogelijk onder kunnen vallen.

De vraag is of dat ook de bedoeling is geweest van de wetgever.

De zinsnede : „uitgezonderd diensten van recreatieve en culturele aard” is toegevoegd aan artikel 14, lid 3 onder b DHW per 1 januari 2013.

De formulering in de wet van 1 november 2000, dus zonder toevoeging van de laatste zinsnede, leidde namelijk ook tot een verbod op het verstrekken van alcohol in bijvoorbeeld een ruimte waarin voorstellingen werden gegeven, films werden vertoond of werd gesnookerd.

Dat bleekt in de praktijk problemen te geven. Daarom zijn “diensten van recreatieve en culturele aard” per 1 januari 2013 van dit verbod uitgezonderd. Hierdoor is het mogelijk gemaakt dat recreatieve spelen worden aangeboden in een horecalokaliteit, en ook andersom, dat in zalen waar recreatieve spelen worden gespeeld alcohol wordt geschonken.

Het toevoegen van de zinsnede “uitgezonderd diensten van recreatieve en culturele aard” heeft positieve gevolgen voor bioscopen, theaters, schouwburgen, concertgebouwen, alsmede voor bowlingcentra en biljartcentra. Vanaf 1 januari 2013 mogen in een horecalokaliteit bedrijfsmatig recreatieve spelen en culturele diensten worden aangeboden. Dit is een aanzienlijke uitbreiding van de mogelijkheden voor de 225 bioscopen, 140 theaters, schouwburgen en concertgebouwen, 150 bowlingcentra en 220 biljartcentra die Nederland rijk is.  De wetgever heeft genoemde activiteiten in de Memorie van toelichtingen echter niet als limitatieve opsomming bedoeld maar als voorbeeld gegeven.

Je zou derhalve kunnen veronderstellen dat het kijken naar voorstelling of een film in de bioscoop in dezelfde lijn ligt als het kijken naar een modeshow. In dat geval zou een dergelijke modeshow zijn toegestaan. Waar de grenzen nu exact liggen is nu lastig te duiden.

Het is de vraag hoe de rechtspraak e.e.a. zal gaan uitleggen.

Posted in: Veelgestelde vragen

FacebookTwitterGoogle+LinkedInEmail

een initiatief van